diverse klachten

Diabetes Mellitus (suikerziekte)

Als u diabetes mellitus heeft lopen uw voeten een verhoogd risico op het ontstaan van problemen. Uw huid wordt kwetsbaarder, de voetvorm kan veranderen, het gevoel in uw voeten kan afnemen en soms zelfs verdwijnen en de doorbloeding in uw voeten en benen kan verminderen.

Neuropathie

Neuropathie betekend zenuwschade. Door hoge bloedsuikers kunnen de zenuwen beschadigd raken, meestal begint dit aan de zenuwuiteinden (handen en voeten). Hierdoor kan het zijn dat bijvoorbeeld een drukplek of een steentje niet gevoeld worden en u de huid stuk loopt zonder dat te merken.

Perifeer arterieel vaatlijden (PAV)

PAV betekend het vernauwen van de bloedvaten door atherosclerose (aderverkalking). Door het vernauwen van de slagaders die naar uw benen en voeten lopen komt er te weinig bloed en zuurstof in de voeten terecht, waardoor de conditie van de huid verslechterd en wondjes slechter genezen.

Infectie

Mensen met diabetes zijn vatbaarder voor infecties. Mycose(schimmel) nagels zijn hier een goed voorbeeld van, echter ook bij wondjes kunnen sneller infecties optreden wat de genezing niet ten goede komt.

Reuma

Reuma is een verzamelnaam voor meer dan 100 (chronische) aandoeningen aan gewrichten, pezen en spieren. Veelal wordt gedacht dat reuma alleen voor komt op oudere leeftijd, echter ook jongeren en mensen van middelbare leeftijd kunnen met deze chronische ziekte geconfronteerd worden.
Veel voorkomende reumatische aandoeningen zijn o.a.:
– Reumatoïde artritis (R.A.)
– Fibromyalgie (weke delen reuma)
– Jicht (ontstekingsreactie door urinezuur kristallen in gewrichten)
– Artritis psoriatica (A.P.)
– Poly-articulaire artrose
– Spondylitis ankylopoetica (Bechterew)
– Systemische lupus erythematodes (SLE)
– Systemische sclerodermie

Reuma kan het algemeen dagelijks leven beperkten. Mensen met reuma hebben vaak last van pijnlijke en stijve gewrichten, soms gepaard gaande met ontstekingsklachten. Een groot deel (80 tot 90%) van de reuma patiënten heeft ook last van voetklachten, wat zich kan uiten in pijnklachten tijdens het staan en/of lopen.
Bewegen en het in beweging blijven is erg belangrijk voor mensen met reuma, echter het op de juiste manier belasten van uw voeten en benen is daarbij net zo belangrijk. Bij het verkeerd belasten van uw voeten, kunnen ook uw enkels, knieën en heupen pijnlijk worden, waardoor u beperkt wordt in uw bewegen. Wij kunnen u hierin, indien nodig in overleg met uw reumatoloog en/of orthopedisch schoenmaker, verlichting geven.

Stands en houdingsproblematiek

Scheefstand van uw voeten
Het naar binnen staan (valgus) en het naar buiten staan (varus) van uw voeten kan relateren in voetklachten en/of pijnklachten hoger op gelegen

X- en O-benen op jongere leeftijd:
Bij X-benen staan de knieën dichter bij elkaar dan de voeten. Van voren of van achteren gezien vormen de benen dan een X.
Bij O-benen staan de knieën verder uit elkaar dan de voeten. Van voren of van achteren gezien vormen de benen dan een O.
Gedurende de ontwikkeling van een kind is het normaal dat de benen een O- en een X-stand vormen.
Vanaf de geboorte en in de eerste 2 levensjaren is het normaal dat een kind O-benen heeft. Gedurende de eerste 2 levensjaren neemt dit geleidelijk af en hebben kinderen vanaf de leeftijd van 2 rechte benen. Vervolgens is het normaal dat de knieën verder naar elkaar toe gaan staan en de benen een X-stand gaan vertonen. Dit kan zo blijven tot de leeftijd van ongeveer 7 jaar, waarna de benen bij een normale groei weer recht staan.

Wanneer moet u ingrijpen:
– Als uw kind maar aan 1 kant een X- of een O-been heef.
– Als de X- of )-benen niet symmetrisch zijn.
– Als uw kind na het zevende jaar nog steeds X-benen heeft.
– Als uw kind na het zevende jaar X-benen krijgt.

Rugklachten

Als we naar de rug gaan kijken zitten er van nature krommingen in de rug. We noemen deze krommingen lordose (kromming naar voren, ofwel een holle rug genoemd) en kyfose (kromming naar achteren, ofwel een bolle rug genoemd). Als deze krommingen versterkt aanwezig zijn kunnen we praten van houdingsafwijkingen. Daarnaast kunnen er zijwaartse krommingen aanwezig zijn die we scoliose noemen.
Rugklachten ontstaan vaak door overbelasting van de rug en SI-gewrichten, er kan sprake zijn van verhoogde spanning in 1 of meerdere spieren en/of ligamenten die aanhechten aan de wervelkolom. Een afwijkende stand van uw voeten, een beenlengteverschil, bekkentorsie en/of aangeboren afwijkingen zijn factoren die hierop van invloed zijn.

De podotherapeut kan u helpen bij het verlichten van lage rugklachten. Een afwijkende stand van uw voeten kan corrigeerbaar zijn, waardoor u stabieler en steviger staat en loopt, waardoor de spanning op spieren en ligamenten in de onderrug kunnen reduceren. Daarnaast kan de houding van uw rug veranderen door uw voeten te ondersteunen of te corrigeren en een eventueel beenlengteverschil te compenseren.

Heupklachten Artrose

Coxartrose (versleten heup) is een veel voorkomende aandoening aan het heupgewricht. Bij coxartrose is het kraakbeen in het heupgewricht in dikte afgenomen en soms zelfs volledig verdwenen. Tevens wordt het heupgewricht stijver en worden schokken minder goed opgevangen. Naarmate het kraakbeen verder afneemt schuren de botten bij het bewegen in het heupgewricht tegen elkaar.
De podotherapeut kan ervoor zorgen dat u uw voeten bij een afwijkende stand beter gaat belasten en daarmee de belasting van uw heupgewricht optimaliseert.

Slijmbeursontsteking

Een slijmbeursontsteking in de heup komt regelmatig voor. Ter hoogte van het heupgewricht zit er tussen het bot van uw heup en een 3 tal spieren een slijmbeurs om te voorkomen dat deze spieren tegen het bot aan schuren. Doordat een of meerdere van deze drie spieren overbelast raakt en teveel op spanning komt te staan kan een slijmbeursontsteking ontstaan. Dit kan pijnklachten geven met lopen, maar ook met traplopen, bukken en het liggen op de aangedane zijde.
De podotherapeut kan beoordelen of u uw voeten goed belast en geen afwijkende voetstand heeft. Mocht dat wel het geval zijn, dan kan het zijn dat door deze afwijkende voetstand een of meerdere van de drie spieren, die over deze slijmbeurs heen lopen, overbelast raken en op spanning komen te staan, waardoor een slijmbeurs ontsteking ontstaat. Door uw voeten te corrigeren of te ondersteunen kan dit de spanning op deze spieren reduceren en uw heupklachten laten afnemen.

Knieklachten
Runners knee

Een runners knee of ‘lopers knie’ is een in de hardloopwereld bekende blessure die officieel het tractus iliotibialis frictiesyndroom genoemd wordt. Deze blessure komt vaak voor bij hardlopers, echter is niet uniek voor het hardlopen. Ook bij andere sporten kan deze blessure voorkomen.
De runners knee is een overbelasting van de tractus iliotibialis, een peesplaat aan de buitenzijde van het bovenbeen. De klachten uiten zich in zeurende en/of scherpe pijnklachten aan de buitenzijde van de knie en kunnen uitstralen naar de buitenzijde van het bovenbeen.
De behandeling van deze klacht bestaat in eerste instantie uit rust. Er is namelijk sprake van een overbelastingsklacht. Daarnaast is het belangrijk om te weten of de stand van uw voeten goed is. Een verkeerde voetstand kan ervoor zorgen dat de tractus iliotibialis op spanning komt te staan en eerder overbelast raakt. Met een podotherapeutische zool kan dit verholpen worden. Daarnaast kunt u met een fysiotherapeut aan uw herstel werken met een loopschema en oefeningen om de tractus iliotibialis op te rekken en uw core-stability te verbeteren.

Spieraanhechtingen pes anserinus

De pes anserinus bevindt zich aan de binnen-/voorzijde van de knie en is een aanhechtingsplek van een drietal spieren. De m. sartorius, m. gracilis en de m. semitendinosus hechten aan op de pes anserinus. Deze spieren zorgen ervoor dat het been naar buiten gedraaid wordt.
De pijn lokaliseert zich aan de binnen-/voorzijde en net iets onder de knie en ontstaat als de knie teveel naar binnen(valgus) staat. Het afwijkend staan van uw voeten is vaak de oorzaak van de klacht. Met een podotherapeutische zool kan uw voet ondersteund of gecorrigeerd worden, waardoor u uw knie beter gaat belasten en de pijnklachten kunnen reduceren.

Kniebanden

De knie heeft aan de binnen- en aan de buitenzijde kniebanden om de knie te stabiliseren. Aan de binnenzijde noemen we dit de mediale collaterale band die stabiliteit geeft aan de binnenzijde van de knie en aan de buitenzijde noemen we dit de laterale collaterale band die stabiliteit geeft aan de buitenzijde van de knie.
Het naar binnen (X-stand) of naar buiten (0-stand) staan van uw knieën kan ervoor zorgen dat deze binnenste of buitenste kniebanden opgerekt worden en er overbelastingsklachten optreden van de kniebanden.
Een van de meest voorkomende oorzaken van een overbelasting van de kniebanden ligt in de voeten. Als uw voeten naar binnen staan, staan uw knieën ook naar binnen (x-stand). Tijdens het lopen ontstaat er overpronatie, waardoor de mediale collaterale knieband opgerekt en overbelast raakt. Staan uw voeten naar buiten, dan staan uw knieën ook naar buiten (0-benen) en zorgt dat er tijdens het lopen voor dat de laterale collaterale knieband opgerekt en overbelast raakt.
De stand van uw voeten is goed te corrigeren of te ondersteunen met podotherapeutische zolen, waardoor de spanning op de kniebanden af zal nemen en de overbelasting minder wordt.

Morbus Osgood schlatter

Morbus Osgood Schlatter is een aandoening bij kinderen waarbij er pijnklachten optreden onder de knieschijf op de plek waar de kniepees (patella pees) aanhecht op het onderbeen (het tuberositas tibiae). Deze overbelastingsklacht komt voor bij sportende kinderen tussen de 8 en 16 jaar, vaak tijdens een groeispurt, en wordt veroorzaakt door repeterende spanning van de patella pees op het tuberositas tibiae, waardoor ontstekingsklachten kunnen ontstaan.
Vaak staan de benen in een X-stand, waardoor de bovenbeenspier (m. quadriceps) krachtiger moet werken om de stabiliteit van de knie te behouden. Deze m. quadriceps hecht met de patellapees aan op de tuberositas tibiae.
De behandeling van deze klacht bestaat uit het corrigeren van de voeten en benen met podotherapeutische zolen om de anatomische structuur van de patellapees en quadriceps te herstellen en daarmee spanning ter hoogte van het tuberositas tibiae te reduceren. Daarnaast is het soms raadzaam de belasting te reduceren en om, eventueel samen met een fysiotherapeut, rekoefeningen en/of spier versterkende oefeningen uit te voeren.

Onderbeenklachten
Shinsplints/springschenen

Shinsplints, ook wel springschenen genoemd, is een overbelastingsklacht die vaak optreed bij loopsporten en onder de hardlopers een veel voorkomend probleem is. De klacht treed vaak op door het te snel uitbreiden van de loopafstand of het te snel opvoeren van het looptempo. Echter een bijkomende belangrijke factor is de stand van uw voeten.
Het onderbeen bestaat uit twee botten, het scheenbeen (tibia) en het kuitbeen (fibula), die omhuld worden door een beenvlies. Het beenvlies is goed doorbloed en zeer gevoelig. Op het onderbeen ontspringen een aantal spieren die een grote rol spelen in de ontwikkeling van shinsplints. Bij het teveel naar binnen kantelen van uw voeten (overpronatie) draaien het tibia en fibula om elkaar heen en worden de onderbeenspieren opgerekt, waarbij het beenvlies op spanning en onder druk komt te staan waardoor de overbelasting ontstaat. Soms kan het zelfs leiden tot ontstekingsklachten.
Bij shinsplints is het belangrijk dat uw voeten niet overproneren, is dat wel het geval dan kan een podotherapeut er met podotherapeutische zolen voor zorgen dat de overpronatie tegen gegaan wordt en de overbelasting kan afnemen. Daarbij is het aanpassen van het trainingsschema, door meer rust in te bouwen, noodzakelijk. Tevens is het van belang op goede hardloopschoenen te lopen met de juiste ondersteuning en demping.

Zweepslag

Een zweepslag is een sportblessure waarbij een scheuring (volledig of scheuren in enkele spiervezels) ontstaat in een of meerdere kuitspieren. Een zweepslag ontstaat meestal acuut als iemand een sprint aan trekt of er iets hard tegen de kuit aan slaat of trapt. Bij een zweepslag ontstaat er direct pijn en verminderde functie, waardoor u niet meer verder kunt sporten.

Enkelklachten
Zwikken, verzwikte enkel (inversie trauma)

Het verzwikken van de enkel is een veel voorkomende klacht. In de meerderheid van de gevallen gaat het hierbij om het verzwikken van de buitenzijde van de enkel (inversie trauma). Veel minder is er sprake van het verzwikken van de binnenzijde van de enkel (eversie trauma).
Een inversie trauma kan ontstaan door instabiliteit in de voeten en enkels, echter ook de loop ondergrond en bepaalde sporten spelen hierbij een belangrijke rol. Als er sprake is van instabiliteit in de voeten en enkels ontstaat dit vaak door een verkeerde voetstand en verkeerde belasting van uw voeten en benen. Een podotherapeutische zool kan de voetstand corrigeren en ervoor zorgen dat de stabiliteit van uw voeten en enkels verbeterd en de kans op verzwikken kleiner wordt.

Spierklachten

 

M. Tibialis anterior

De M. Tibialis anterior is de spier die van de buitenzijde van de knie, via de voorzijde van het scheenbeen en via de voorzijde van de enkel naar de binnenzijde van de voet loopt. Deze spier hecht met een pees aan op de binnenzijde van de voet en zorgt ervoor dat de voet niet op de grond klapt tijdens het lopen en probeert mede de voetboog intact te houden.
Een overbelasting van de M. Tibialis anterior ontstaat vaak bij een platvoet of doordat de voet te veel naar binnen kantelt (overpronatie). Hierdoor ontstaat er overmatige tractie op de spier en kan deze overbelast raken.
Door de voetstand te corrigeren of de voet te ondersteunen kan de spanning op de M. Tibialis anterior gereduceerd worden, waardoor de overbelasting minder zal worden.

M. Tibialis posterior

De M. Tibialis posterior is de spier die van de binnenzijde van de knie, via de binnenzijde van de enkel naar de binnenzijde van de voet loopt. Deze spier heeft een zeer belangrijke functie in de stabiliteit van de voet en enkel.
Een overbelasting van de M. Tibialis posterior ontstaat vaak bij een platvoet of doordat de voet te veel naar binnen kantelt (overpronatie), waardoor er instabiliteit ontstaat tijdens het staan en lopen. Hierdoor komt er overmatige tractie op de spier en kan deze overbelast raken.
Door de voetstand te corrigeren of de voet te ondersteunen kan de stabiliteit verbeteren en de tractie op de M. Tibialis anterior gereduceerd worden, waardoor de overbelasting minder zal worden.

M. Peroneus brevis

De M. peroneus brevis is de spier die van de buitzijde van de knie, via de buitenzijde van de enkel, naar de buitenzijde van de knie loopt. Deze spier heeft een zeer belangrijke functie in de stabiliteit van de voet en enkel.
Een overbelasting van de M. Peroneus brevis ontstaat vaak bij een platvoet of doordat de voet te veel naar binnen kantelt (overpronatie), waardoor er instabiliteit ontstaat tijdens het staan en lopen. Hierdoor komt er overmatige tractie op de spier en kan deze overbelast raken. Daarnaast kan het voorkomen dat de voet teveel op de buitenzijde staat (varus), waardoor deze spier teveel op rekspanning komt te staan, waardoor tevens overbelastingsklachten kunnen ontstaan.
Door de voetstand te corrigeren of de voet te ondersteunen kan de stabiliteit verbeteren en de tractie op de M. Peroneus brevis gereduceerd worden, waardoor de overbelasting minder zal worden.

Achillespees

De kuitspier gaat over in de achillespees die aanhecht achterop de hak. Een overbelasting van de achillespees komt vaak voor. Vaak begint dit met wat stijfheid, waarna pijnklachten kunnen optreden en de achillespees tevens wat dikker en minder belastbaar kan worden.
Als de voet teveel naar binnen of naar buiten staat tijdens het staan en/of lopen hecht de achillespees niet recht aan op de hak, waardoor er overmatige tractie op de achillespees ontstaat. Een platvoet of een holvoet kan hier invloed op hebben. Vaak zien we dat de achillespees/kuit structuur ook te kort is, waardoor er nog meer spanning op de achillespees ontstaat.
Door de voetstand te corrigeren of de voet te ondersteunen kan de tractie op de achillespees gereduceerd worden, waardoor de overbelasting minder zal worden. Daarnaast kan er ook met oefeningen verlichting gegeven worden aan de pijnklachten.

Voetklachten
Hielspoor / peesplaat ontsteking (fasciitis plantaris)

Een hielspoor is een stuk botaanwas/verkalking onder het hielbeen. Een hielspoor wordt vaak verward met een peesplaatontsteking. Beide klachten lokaliseren zich namelijk onder het hielbeen. Een hielspoor komt vaak voor, echter hoeft niet altijd gepaard te gaan met pijnklachten. Een peesplaat ontsteking (fasciitis plantaris) daarentegen wel. Deze pees verloopt van de onderkant van de hiel naar de bal van de voet tot onder de tenen toe. De plantaire fascie geeft stevigheid aan de voet en zorgt tevens voor een natuurlijke schokdemping. Door overbelasting of een verkeerde voetstand kan de plantaire fascie overbelast raken en een peesplaatontsteking ontstaan. Meestal uit zich dit in heftige pijnklachten onder het hielbeen, waardoor dit vaak onterecht verward wordt met een hielspoor, echter kunnen de klachten ook uitstralen naar de holte van de voet of de voorvoet.
Door middel van podotherapeutische zolen bij een afwijkende voetstand kunnen de klachten afnemen door de spanning van de plantaire fascie af te halen en de aanhechting te ontlasten. Daarnaast is het zeer belangrijk de belasting te doen terugnemen. Daarnaast hebben het rekken van de kuitspieren en het koelen met ijs over het algemeen een positief effect op de pijnklachten en het herstel.

Mortonse neuralgie

Een mortonse neuralgie is een zenuwbeknelling tussen twee middenvoetsbeentjes in. De meest voorkomende neuralgie is tussen het 3e en het 4e middenvoetsbeentje. De pijnklachten variëren van het dood aanvoelen van de tenen tot scherpe pijnscheuten in de middenvoet, die kunnen uitstralen naar de tenen.
De mortonse neuralgie kan verschillende oorzaken hebben of veroorzaakt worden door een combinatie van factoren. Een afwijkende voetstand of doorgezakte voet, een brede voet, verkeerde belasting of bijvoorbeeld te smal schoeisel kunnen ervoor zorgen dat de zenuw tussen de middenvoetsbeentjes knel komt te zitten en er een irritatie ontstaat, de irritatie kan in ergere gevallen leiden tot het opzwellen van de zenuw. Al deze factoren moeten goed bekeken worden om de pijnklachten te reduceren. De behandeling kan variëren van podotherapeutische zolen tot het dragen van adequaat schoeisel.

Hallux valgus

Bij een hallux valgus groeit de grote teen scheef. Als de grote teen daarbij ook om zijn lengte as gaat draaien spreken we van een hallux abducto valgus. Vaak gaat dit gepaard met een knobbel aan de binnenkant van de voet op het grote teen gewricht (exostose).
Een hallux valgus gaat niet altijd gepaard met pijnklachten. De pijnklachten die op kunnen treden lokaliseren zich vaak in het grote teen gewricht. Ten gevolge van verhoogde druk op de exostose of door frictie in het gewricht kunnen vervelende pijnklachten optreden. Echter soms kan de pijn ook in de grote teen zelf tot uiting komen.
Een hallux valgus kan familiair bepaald zijn. Echter de stand van de voet speelt hierbij ook een belangrijke rol. Als uw voeten naar binnen staan (valgus) kan dat de progressie van een hallux valgus stimuleren en versnellen. Daarnaast kan ook te klein of te smal schoeisel een rol spelen.
Door middel van podotherapeutische zolen kan de progressie van de hallux valgus geremd worden en de pijnklachten verminderen. Daarnaast is het dragen van adequaat schoeisel zeer belangrijk.

Nagelklachten
Ingegroeide nagel (unguis incarnatus)

Een ingegroeide nagel ontstaat doordat de nagel, meestal van de grote teen, in de huid groeit. De ingegroeide nagel komt veel voor bij jongeren door overmatig transpireren tijdens de pubertijd, echter ook op volwassen leeftijd kan het voorkomen.
Als de nagel krom groeit, de nagelwallen dikker zijn, als de nagel verkeerd wordt geknipt of er verkeerd schoeisel gedragen wordt kan de nagel in de huid gaan groeien, waardoor in een later stadium ontstekingsklachten kunnen ontstaan.
De behandeling bestaat uit het weghalen van oneffenheden aan de zijkant van de nagel. Soms betekend dit dat er een gedeelte van de nagel, eelt of verhoornde huid uit de nagelwal verwijderd moet worden. Hierdoor wordt de huid rustiger en zullen eventuele ontstekingen afnemen. Daarnaast moet de nagel begeleid worden met uitgroeien, zodat de nagel niet opnieuw ingroeit.

Hyperconvexe nagel

Een hyperconvexe nagel is een nagel die bol groeit, waardoor de zijkanten van de nagel in de huid kunnen gaan drukken. Soms is de nagel zo hyperconvex dat de zijkanten van de nagel elkaar bijna raken en zodoende het nagelbed inklemmen met pijnklachten tot gevolg.
Door de hyperconvexiteit kunnen er pijnklachten optreden in de nagelwal of kan de nagel gaan ingroeien.
De behandeling bestaat uit het vervaardigen en het plaatsen van een nagelbeugel (orthonyxie). Een nagelbeugel corrigeert de vorm van de nagelplaat, de nagel wordt minder bol en zal niet meer in de nagelwal drukken. Hierdoor wordt tevens de kans op het ingroeien van de nagel kleiner.

WIJ ZIJN AANGESLOTEN BIJ

logonvvp

M.F.J. Gips 10083
B. van Ojen 10750

logo_kp

M.F.J. Gips 29900995496
B. van Ojen 19913195696

logonvvdp

B. van Ojen DP012